De Tweede Wereloorlog!

 

Op 3 februari 1933 hield Adolf Hitler, leider van de Nationaal Socialistiche Duitse Arbeiders Partij, drie dagen tevoren benoemd tot Rijkskanselier van Duitsland, zijn eerste officiŽle toespraak. Hij sprak toen over de voor Duitsland noodzakelijke "levensruimte" die volgens hem in het oosten van Europa zou moeten worden veroverd. Hij stelde daarbij een meedogenloze "germanisering" van die veroverde gebieden in het vooruitzicht. Wat dat betekende, zou Europa later met walging ervaren, want Hitler deed zijn woord gestand.

 

Kort  nadat hij met zijn nazi's aan de macht was gekomen begon hij al met de uitvoering van het door hem opgestelde veroveringsplan. Op 7 maart 1936 trokken de Duitse troepen het Rijnland binnen. Op 13 maart 1938 werd Oostenrijk bij Duitsland ingelijfd. Op 1 oktober 1938 trok het Duitse leger Sudetenland binnen. Kort daarop werd de rest van Tsjechoslowakije onder de voet gelopen. Op 22 maart 1939 sloegen de nazi's in Memel toe en bezetten de stad als behorend bij het Duitse Rijk. Maar nog had Hitler niet genoeg. Hij wilde daarna de Poolse corridor en de stad Danzig bij zijn Grootduitse Rijk voegen. De Polen voelden daar niets voor en lieten zich niet door bedreigingen en chantage van Duitse zijde beÔnvloeden. Hitler sloot een niet-aanvalsverdrag met de Sovjet-Unie. In een bij dat verdrag behorend geheim protocol werd Polen tussen beide landen verdeeld. Maar ook de geallieerden zaten niet stil. Op 25 augustus 1939 kwam een Brits-Pools defensief verbond tot stand, reden voor Hitler om de op 26 augustus 1939 voorgenomen aanval op Polen uit te stellen. Diezelfde dag garandeerde Hitler de neutraliteit van BelgiŽ, Nederland, Denemarken, Zwitserland en Luxemburg. Op 1 september 1939 viel Duitsland onverhoeds Polen aan. De Fransen en Britten stelden Duitsland hierop een ultimatum. Maar Hitler voelde zich zeker van zijn zaak en trok zich er niets van aan. Op 3 september 1939 verklaarden Frankrijk en Groot-BrittanniŽ Duitsland de oorlog. De Tweede Wereldoorlog was begonnen.

 

In de vroege morgen van 10 mei 1940 werden de Nederlanders uit hun slaap opgeschrikt door het zware geronk van vliegtuigmotoren. Hier en daar werden ontploffingen gehoord. Duitse troepen trokken de grenzen over. Begunstigd door stralend weer probeerde Nazi-Duitsland Nederland en BelgiŽ in de kortst mogelijke tijd te overrompelen. Het eerste doel van de Duitsers was het uitschakelen van de Nederlandse vliegvelden en de Nederlandse luchtmacht. Daarbij lag de nadruk op de Vesting Holland, waar de door jachtvliegtuigen beschermde Duitse bommenwerpers aanvielen. Ze lieten bovendien op verschillende punten groepen parachutisten neer. Bovendien probeerden Duitse vliegtuigen op Nederlandse vliegvelden te landen om daar, ver achter de linies, landingstroepen en materiaal aan de grond te krijgen. Tijdens de eerste aanvalsgolf werden de Nederlandse vliegvelden gebombardeerd zo ook Gilze Rijen bij Tilburg. De Duitsers vreesden dat als ze bij een aanval op de landen van West-Europa Nederland niet onder de voet zouden lopen, de Britten van de Nederlandse vliegvelden gebruik zouden maken voor het uitvoeren van bombardementsaanvallen op Duitsland. Ondanks de grote overmacht van het Duitse leger, samen met de alleenheerschappij in de lucht van de Duitse luchtvloot, vorderde de opmars maar langzaam. Met uitzondering van Zeeland duurde de oorlog in Nederland slechts vier dagen. Het werd een treffen waarbij aan Nederlandse zijde ongeveer 2200 militairen sneuvelden, 2700 werden er gewond en 2159 burgers kwamen om het leven. Met een terreurbombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 dwong Hitler het Nederlandse leger tot overgave. Intussen waren Koningin Wilhelmina en de Nederlandse ministers op 13 mei 1940 naar Engeland gevlucht. Het grootste deel van de Nederlandse koopvaardijvloot was buiten het bereik van de Duitsers gebleven en stond ter beschikking van de geallieerden. Ook de Nederlandse marine was in staat geweest de meeste oorlogsbodems naar Groot-BrittanniŽ te sturen. Bovendien was het grootste deel van het goud van De Nederlandsche Bank in veiligheid gebracht.

 

Voor de achtergebleven landgenoten begon nu de zware en angstige tijd van Duitse onderdrukking, werkloosheid en voedseldistributie. In de eerste weken na de capitulatie moest de Nederlandse bevolking van de schok bekomen. Met de Duitse overheersing leek het zo'n vaart niet te lopen. Er was geen sprake van arrestaties op grote schaal, huiszoekingen enzovoort,  waarvoor vooral joden zo bang waren geweest. Op 1 juni 1940 kwamen koffie en thee op de bon. Iedereen kreeg een beperkt aantal bonnen, die afgegeven moesten worden bij de aankoop van koffie en thee. En op 15 juni werd het brood gerantsoeneerd. Op de 250.000 werklozen werd druk uitgeoefend om in Duitsland te gaan werken. Wie weigerde. liep het risico dat zijn steunuitkering werd ingetrokken. De pers kwam onder Duits toezicht. Langzamerhand begon het tot de Nederlanders door te dringen, dat Nederland zijn vrijheid kwijt was. In juli 1940 begonnen vanuit Londen de uitzendingen van Radio Oranje waarnaar velen in Nederland begonnen te luisteren. In juli 1940 werd het beluisteren van vreemde zenders door de Duitsers dan ook op straffe van grote boetes en gevangenisstraf verboden. Naarmate de bezettingsjaren vorderde verscherpte zich de tegenstellingen tussen de Duitsers en de Nederlanders. Nederland werd geen deel van Duitsland wat de Duitsers zo graag hadden gewild, Nederlanders behoorden immers toch ook tot het Germaanse ras. In de loop van 1942 werden steeds meer Nederlandse mannen gedwongen in Duitsland te gaan werken. De Duitse legers waren in Rusland vastgelopen en steeds meer Duitse mannen moesten in militaire dienst. De Duitse industrie kreeg hierdoor een tekort aan arbeiders. Op 23 maart 1942 werd bij verordening bepaald dat elke Nederlander verplicht kon worden in Duitsland te gaan werken. Door de arbeidsinzet begonnen steeds meer Nederlanders de oorlog aan den lijve te ondervinden. Begin mei werd bekend gemaakt dat 72 leden van de ondergrondse OD in Duitsland waren doodgeschoten. Er ging een schok door het land. Een week later werden nog eens 24 OD'ers geŽxecuteerd. Langzaam maar zeker verhevigde zich het binnenlands verzet tegen de Duitse bezettingsmacht. Steeds meer Nederlanders probeerden aan de lange arm van de Duitsers te ontsnappen door onder te duiken of het land te ontvluchten.

 

In januari 1943 begon het er voor de Duitsers bij Stalingrad met de dag slechter uit te zien. Hitler kondigde de totale oorlog af. Alle beschikbare krachten zouden voor de industrie en het leger moeten worden ingezet. Op 29 januari deden de Geallieerden hun eerste massale luchtaanval op Berlijn. Op 2 februari moesten de Duitsers zich bij Stalingrad overgeven. De krijgskansen waren gekeerd.

 

In februari 1943 had Himmler aan Hitler voorgesteld het hele Nederlandse leger terug te voeren in krijgsgevangenschap en in Duitsland aan het werk te zetten. Daarmee zou men twťť vliegen slaan in een klap, Duitsland zou er 300.000 arbeidskrachten bijkrijgen en in Nederland zou men geen last meer van de militairen hebben. De arbeidsinzet werd begin 1943 opnieuw verscherpt de Duitsers eiste voor de periode 1 januair tot 30 april 1943 de levering van 100.000 Nederlandse arbeiders. In de kringen van de illegaliteit voelde men dat er vergaande Duitse maatregelen dreigden. Op 20 april 1943 was het zover. De bevelhebber van de Duitse weermacht in Nederland maakte bekend dat alle leden van het voormalige Nederlandse leger opnieuw in krijgsgevangenschap zullen worden gevoerd. Driehonderdduizend man uit alle lagen van de bevolking worden bedreigd. Een paar uur na de bekendmaking breken er in Hengelo stakingen uit. In de loop van de middag breiden de stakingen zich uit over heel Twente. Ook bij Philips in Eindhoven wordt gestaakt. Op 30 april breiden de stakingen zich uit over heel Nederland. De Duitsers hebben niet genoeg politietroepen om bij alle stakingen te kunnen optreden en nemen hun toevlucht tot terreur. Op 30 april 1943 kondigt Rauter voor Overijssel, Gelderland, Noord-Holland en Limburg het politiestandrecht af. Samenscholingen van meer dan vijf personen zijn verboden. Bij overtreding zal het vuur worden geopend en stakers kunnen de doodstraf krijgen. In totaal waren er ongeveer 80 mensen terechtgesteld en 60 op straat doodgeschoten. De stakingen bleken niet voor niets geweest. Van de 300.000 voormalige leden van het Nederlandse leger zouden niet meer dan 8000 man worden afgevoerd naar Duitsland. Op 5 mei 1943 komt het bevel dat alle studenten zich moeten melden. En op 8 mei wordt bekendgemaakt dat alle mannen van 18 tot 35 jaar zich bij een arbeidsbureau moeten vervoegen. Tienduizenden mannen duiken onder. Veel mensen waren bereid om onderduikers op te nemen. Het verzet nam een grote omvang aan.

De april/mei stakingen vormden een keerpunt. Het Nederlandse volk had na drie jaar bezetting zijn onafhankelijkheid bewezen. De Duitsers hadden door hun meedogenloze manier van optreden de haatgevoelens van de Nederlanders opgeroepen. Het ging van toen af aan hard tegen hard.

 

Tilburg Tweede Pinksterdag 1944. Het is schitterend weer. De temperatuur bereikt op de 29ste mei zomerse waarden. Maar in Nederland is het bijzonder onrustig. In de aanloop tot de landingen in Frankrijk bombarderen geallieerde vliegtuigen overal in West-Europa verbindingslijnen en verkeersmiddelen. Ook Nederland krijgt het zwaar te verduren. Tijdens Pinksterweekeinde worden negen luchtaanvallen op treinen uitgevoerd.

 

Dinsdag 30 mei 1944; De Tilburgse frater Willibald van Oorschot noteert in zijn dagboek dat de bezetter al enige tijd bezig is jonge mannen op te halen. Ze worden te werk gesteld op de vliegbasis Gilze Rijen en langs de spoorlijn. Daar zijn ze allemaal kuilen naast aan 't maken want de laatsten tijd worden de treinen aanhoudend gemitrailleerd, aldus de frater. Frater Willibald werkte als kleermaker op Huize Nazareth, het voogdij-instituut van de Fraters van Tilburg. Mijn vader Henricus Paulus Embregts werkte in die tijd ook als kleermaker op Huize Nazareth en is door de Duitsers als kleermaker te werk gesteld op het vliegveld Gilze rijen om er camouflagenetten te maken. Zie de kleermakerij in het fotoalbum van Henricus Paulus Embregts.

 

Dinsdag 6 juni 1944 "D-Day" Een kwartier na middernacht begint een van de grootste militaire operaties uit de geschiedenis: de invasie van de geallieerde legers in NormandiŽ. In Nederland zijn de verwachtingen hoog gespannen. Soms te hoog. Gilzenaar W. van den Hout herinnert zich vijftig jaar na dato hoe een vriend hem kwam vertellen dat de bevrijders waren geland in Chaam! Hij heeft het verkeerd verstaan. Bedoeld werd Caen in Frankrijk.

 

Woensdag 14 juni 1944; De enorme aantallen geallieerde vliegtuigen, die in deze fase van de oorlog over Midden-Brabant vlogen, roepen nog steeds bewonderende herinneringen op bij hen die het meemaakten. Een ooggetuige uit Gilze noteert vandaag in zijn dagboek: Hedenmorgen 6.50 uur luchtalarm. Kort hierop komen uit het Noordwesten sterke vloten USA viermotorige bommenwerpers in groepen van ongeveer 36. Iedere groep in drie formaties van 12. Gedurende meer dan een half uur blijven de bommenwerpers voorbij trekken. In totaal worden tien van deze groepen gezien, dus in totaal ongeveer 360 vliegtuigen van 't type Flying Fortress.

 

Woensdag 5 juli 1944; Gilze beleeft de meest dramatische dag van de oorlog. De Amerikaanse luchtmacht bombardeert in de ochtend het vliegveld Gilze Rijen vanaf grote hoogte en door een dicht wolkendek. Daarom gaat het helemaal fout. De aanval om 8.51 treft vooral de bebouwde kom van Gilze. Er komen ongeveer tweehonderd bommen neer. Onder de inwoners zijn 21 dodelijke slachtoffers te betreuren, met name moeders met kinderen.

 

Zondag 9 juli 1944; Even na middernacht komt er bij de Tilburgse Luchtbeschermingsdienst het bericht binnen dat kort voor middernacht een vliegtuig is neergestort in de Van Hogendorpstraat achter de Hasseltse kerk. Vier huizen staan in brand. Een half uur later wordt duidelijk dat er ook doden zijn gevallen, de dertigjarige kapper F. Somers en zijn drie kinderen 10, 7 en 2 jaar oud. Een dag later wordt ook het stoffelijk overschot gevonden van de dienstbode Mechelina Hermis 18 jaar en van drie Duitse soldaten.

 

Woensdag 12 juli 1944; De Tilburgse burgemeester Mr. J. van den Mortel is met onmiddellijke ingang ontslagen. Hij weigert medewerking te verlenen aan het vorderen van arbeidskrachten, Via Van den Mortel proberen de Duitsers Tilburgers te dwingen in Zeeland mee te helpen aan de bouw van verdedigingswerken. Ten Zuidwesten van Tilburg doet zich 's middags een enorme ontploffing voor. De oorzaak is onbekend, maar de Tilburgers merken de gevolgen goed. Honderden ramen gaan aan diggelen. Een etalageruit valt bovenop een kinderwagen. De Duitsers laten beslag leggen op de pastorie van 't Heike in Tilburg. Ook woningen aan de Rielseweg worden voor de Duitsers ontruimd. Arbeidskrachten worden schaars. Daarom moeten schoollieren erwten plukken langs de weg naar Loon op Zand, zo meldt de Tilburgse frater Willibald. Fabrieksarbeiders helpen met het binnenhalen van de oogst.

 

Donderdag 13 juli 1944; De ontslagen Tilburgse burgemeester Van de Mortel wordt door de Duitsers gearresteerd en gegijzeld. Loco-burgemeester L. Janssens vervangt hem, totdat een Duitsgezinde burgemeester is aangesteld.

 

Dinsdag 18 juli 1944; De Nijmeegse wethouder ir. H. Hondius wordt beŽdigd als waarnemend burgemeester van Tilburg. De in Nijmegen woonachtige Hondius is lid van de NSB en blijft tijdens zijn Tilburgs burgemeesterschap ook wethouder in Nijmegen.

 

Dinsdag 1 augustus 1944; De vakanties zijn vandaag begonnen.

 

Donderdag 3 augustus 1944; De aardappel, volksvoedsel nummer ťťn , wordt zeer schaars. De groenteboeren zijn sinds begin juli door hun voorraden heen. Pas eind augustus zijn er weer voldoende aardappelen beschikbaar.

 

Maandag 4 september 1944; Aan de vooravond van Dolle Dinsdag laat een klein groepje Oisterwijkse verzetsmensen in de nacht van vier op vijf september een trein ter hoogte van het Haarense Broek ontsporen. Het resultaat: de trein grotendeels vernield en beide sporen onbruikbaar. De Duitsers trekken zich in grote wanorde terug van de vliegbasis Gilze Rijen. De benzineopslagplaatsen worden in brand gestoken, de grote Junkerhal gaat met behulp van springstof tegen de vlakte. Munitiedepots exploderen. De hele nacht doen zich hevige explosies voor. Het vliegveld brandt. De Goirlese frater Cresentius signaleert in zijn oorlogsmemoires dat de terugtocht van de Duitsers op zijn hoogtepunt is. Ze maken gebruik van alles wat rijdt, zelfs van kinderwagens. Omstreeks 10.25 vindt volgens de Tilburgse Luchtbeschermingsdienst een explosie plaats in de garage van de dubbele woning, vroeger bewoond door Boinck. Opgemerkt wordt dat waarschijnlijk het zendapparaat in de lucht is gevlogen. De betreffende familie BŲink-Meijer had in de Noordstraat een zaak in kachels, wasmachines en dergelijke. Een zoon was radioamateur. Na de oorlog heeft de familie uit afkeer van alles wat Duits was de umlaut van BŲink laten vervallen.

 

In Tilburg is het een gekkenhuis. Het hele Duitse leger lijkt op de vlucht. De Bredase-, Dongense- en Goirleseweg zijn verstopt door files. Geschiedschrijver Kruijssen beschrijft wat de Duitsers zoal meesjouwen: Varkens, kalveren, koeien. schapen, machinerieŽn, moffenmeiden. Franse-, Belgische wagens met bijbehorende schauffeurs volgeladen. De stad is enthousiast. Niemand werkt er meer. Moffen delen cognac, shag uit of verkopen die. Om vijf uur horen we het eerste rommelen van het geschut in BelgiŽ. Ook tal van NSB'ers slaan op de vlucht met al hun hebben en houden. EHBO-koffertjes, kaarsen en zaklantaarn  klaar gezet. Morgen zijn we vrij.

 

Dinsdag 5 september 1944; Deze dag zal de geschiedenis ingaan als Dolle Dinsdag. Kruijssen vervolgt zijn dagboek om ťťn uur 's nachts. De ruiten rinkelen van het geschut dat in de verte bonkt. Vliegtuigen ronken in de lucht. De moffen schreeuwen "Licht aus!" Rupswagens met geschut ratelen voorbij. Later op de dag komt de kater. "Waar blijven de bevrijders, vraagt Kruijssen zich af. Op diverse plaatsen in de stad wordt brand gesticht, onder andere bij de ververij op Koningshoeven. Er heerst een oorlogsstemming. Hier en daar wordt geschoten op personen die blijven staan of Duitse wagens plunderen. De straten zijn leeg, winkels en huizen dicht gespijkerd.

 

Maandag 11 september 1944; In de veronderstelling dat ze na Dolle Dinsdag voorgoed de hielen hebben gelicht, wordt het militaire kamp Princenbosch in Gilze door tientallen - tot uit Tilburg en Oosterhout - geplunderd. De Duitsers pakken vandaag twee mensen op. De burgemeester van Gilze en Rijen wordt verplicht de dorpsomroeper de volgende boodschap bekend te laten maken: "Indien de goederen van de Wehrmacht niet vůůr 12.00 uur ingeleverd zijn, zullen ze worden dood geschoten. Slechts een paar spullen komen terug; het dreigement wordt niet ten uitvoer gebracht.

Ik kan mij nog goed herinneren dat mijn vader op die bewuste dag thuis kwam met een grote jute zak vol met serviesgoed. Op elk stuk servies stond echter het Nazi-embleem. Toen bekend werd waar alles ingeleverd moest worden is er een grote kuil gegraven waarin het serviesgoed is verdwenen. Voor zover ik weet is het later nooit meer opgegraven.

 

Maandag 18 september 1944; De voedseltochten die Tilburgers naar Hilvarenbeek, Diessen en Esbeek ondernemen zijn niet meer zonder gevaar. Op de weg van Tilburg naar Hilvarenbeek worden ze onder vuur genomen door Engelse jagers. Hilvarenbekenaar Toon Spapens noteert in zijn dagboek: Er zijn verschillende goede boeren bij die de mensen wel helpen, maar er zijn er ook bij die er van profiteren, die de mensen afzetten.

 

Vrijdag 22 september 1944; Veel Tilburgers zetten ramen extra vast in de sponningen, schilderijen en dergelijke worden van de muren gehaald. Het zijn voorzorgsmaatregelen. De bezetters hebben aangekondigd dat de spoorbrug opgeblazen wordt. Vanaf 9.30 uur doen zich inderdaad enorme ontploffingen voor. Niet bij het kanaal, maar in de buurt van het station. De werkplaats van de spoorwegen wordt vernietigd.

 

Dinsdag 26 september 1944; Steeds meer Tilburgers moeten de stad uit om aan voedsel te komen, soms tot in Baarle Nassau toe. Ook W. Kruijssen gaat weer op pad, ditmaal richting Berkel: Het was op de Bosscheweg ťťn file van grote en kleine karren, platte wagens, kinderwagens, etc., getrokken en geduwd, rijk en arm, jong en oud. Met name aan rogge is gebrek. Als het zo doorgaat, valt er binnen een week niets meer te bakken. De moffen stelen alles. Molenaarszoon Johan Schraven van de meelfabriek Schraven-Eijsbouts aan de Piushaven kan erover meepraten. Vandaag noteert hij in zijn dagboek dat de "Oberstleutenant" 20.000 kilo roggemeel en 25.000 kilo melkpoeder vordert. Na overleg met de Ortskommandant hoeft men slechts 10.000 kilo roggemeel en 2500 kilo melkpoeder te leveren.

 

Maandag 2 oktober 1944; Geallieerde troepen overschrijden de Nederlandse grens bij Baarle-Hertog. Diverse Tilburgse families trekken vandaag de bossen in om bomen te zagen voor de stook. In de verte rommelt het geschut. Bij de trappisten van Koningshoeven wordt met man en macht gewerkt aan de aardappeloogst. Oůk om aardappeldieven voor te zijn.

 

Dinsdag 3 oktober 1944; Vandaag breekt voor verschillende dorpen de dag aan waarop jarenlang gewacht is: Baarle-Nassau, Hooge- en Lage Mierde en Hulsel, Oost- en West-Middelbeers, Diessen en Hilvarenbeek worden bevrijd. Vooral in Baarle-Nassau en Middelbeers is er een zware strijd aan vooraf gegaan. Het centrum van Baarle lag volledig in puin. De Tilburgse frater Willibald constateert dat de "gevaarlijk zone" steeds dichter bij Tilburg komt te liggen: "Over de Ley mag men niet meer komen evenals de Hilvarenbeekscheweg.

Duitsers maken mitrailleursnesten in de tuin rondom de molen van Schraven die destijds op de hoek van de Broekhovenseweg en de Ringbaan-Zuid stond. Johan Schraven: Ze zijn ook al in de molen geklommen. De pastoor is bang voor de wijn die in de molen staat. We zullen er maanzaadschroot op stapelen.

 

Donderdag 5 oktober 1944; De zwaar beproefde Alphenaren kunnen eindelijk de bevrijders verwelkomen. Maar hun dorp zal nog drie weken in de vuurlinie liggen. In het gebied tussen het landgoed Nieuwkerk en het riviertje de Ley wordt hard gevochten. De Engelsen hebben het plan om vanuit Poppel richting Goirle door te breken maar worden na drie dagen terug gedreven. In de Spinnerijstraat te Goirle slaan verschillende granaten in. Er vallen veel slachtoffers gedurende een zes uur durend bombardement. In Tilburg wordt verteld dat de Canadezen en polen nog maar 7 kilometer van de stad af zitten. Allen verwachten de bevrijding morgen of vannacht, schrijft Kruijssen in zijn dagboek.

 

Zaterdag 14 oktober 1944; Kruijssen heeft de afgelopen nacht weer slecht geslapen, want er is weer flink over en weer geschoten. De situatie is nog steeds niet duidelijk en we wachten nog steeds. Schraven ontdekt dat de Duitsers nog meer kanonnen hebben ingezet op het nabij gelegen kerkhof van Broekhoven. Het davert geweldig, 's Avonds kan men de projectielen in de richting Hilvarenbeek zien afschieten. Het voedseltekort wordt volgens hem steeds erger. En dat, terwijl er tussen Dongen en Loon op Zand hectares vol groenten liggen te wachtemn.

 

Donderdag 19 oktober 1944; De situatie in Tilburg heeft iets tweeslachtigs, constateert Kruijssen. Aan de rand van de stad staat het geschut te sidderen. De granaten komen vlakbij terecht en spatten moordend uiteen. In de stad gaat het leven zijn gewone gang, net of er niets gebeurd. Schraven schrijft in zijn dagboek: Morgen gaan we een wagen aardappelen halen voor de Pastoor. Die moet die verdelen aan de arme menschen van de parochie. Als dat maar geen ruzie wordt. Vandaag heeft Pastoor groentes laten halen in de Witsie.

 

Woensdag 25 oktober 1944; De Schotten trekken Moergestel binnen. Vanuit Oisterwijk wordt een Duitse soldaat op verkenning gestuurd en neergeschoten door een Schot. In Oisterwijk zelf zijn de Duitsers bezig met het opblazen van bruggen. De inwoners van Biest-Houthakker begroten de eerste bevrijders en de trappisten van Koningshoeven begroeten de geallieerden met een glaasje bier. Broeder Portier heeft een Canadees gesproken die vertelde dat ze nu met lichte tanks hier waren maar dat ze terug zouden trekken en dan terug zouden komen met zware op Tilburg in te nemen. In de loop van de middag maken de granaatinslagen steeds duidelijker dat de aanval op Tilburg definitief is ingezet. Een blokhoofd in het Groenewoud heeft gezien hoe Duitsers door een kijker keken en vervolgens op de vlucht sloegen na de uitroep "Pantsers in zicht".

In Goirle krijgt het fraterhuis opnieuw een paar voltreffers te verduren. Frater Cresentius schrijft in zijn dagboek: Plotseling beeft heel de kelder zonder dat we een explosie horen. Net als bij een aardbeving. Dan weer enkele harde explosies. Boven in het ziekenhuis is een complete paniek uitgebroken. De zieken zijn niet meer te kalmeren.

's Avonds worden in Tilburg de spoorbrug en draaibrug bij de Bosscheweg opgeblazen. Frater Willibald schrijft nog een paar regels voor het slapen gaan: Men verwacht dat vannacht den aanval op de stad komen gaat, maar we gaan nog gewoon naar bed. Wel te rusten????!!!!.

 

Donderdag 26 oktober 1944; Vandaag is het dan toch zover voor Oisterwijk. De Schotten rukken op naar twee bruggen. Van beide zijden wordt fel gestreden, aldus het boek "Oorlog in Oisterwijk". Bij de Rode Brugstraat vindt een hevige slachting plaats. In man-tegen-mangevechten worden de laatste Duitsers gevangen genomen of gedood. Om 10.00 uur wordt bij de Tilburgse Luchtbeschermingsdienst gemeld dat de brandweer al gezien zou hebben hoe Engelse tanks, bij de Zwaaikom achter het Longaterrein, voorbij reden. De hele dag regent het meldingen van granaatinslagen in het zuidelijke en oostelijke deel van de stad. Met name in de Pagestraat vallen doden en gewonden. Berkel-Enschot ontkomt aan een verwoestende beschieting doordat J. Daniťls en K. Donders met de witte vlag tegemoet gaan. Ze kunnen hen vertellen dat de Duitsers uit het dorp zijn weggetrokken. Ook Udenhout en Biezenmortel worden vandaag bevrijd.

Net zoals de rest van de familie slaapt Tilburger Kruijssen vanavond in de kelder. Het is elf uur. Buiten dondert het geschut. De berichten van vanavond waren: van Goirle uit dringen Canadezen naar Tilburg op. In Noordoostelijke en Oostelijke richting hebben ze de rand van de stad bereikt. Moergestel is gevallen. Ze zitten aan het Longaterrein maar nog niet aan 't kanaal, 's Bosch is bijna bevrijd. Buiten staan schijnwerpers en er hangt 'n zware brandlucht.

 

Vrijdag 27 oktober 1944; Op de Commandopost van de Luchtbeschermingsdienst zit men sinds 3.30 uur zonder stroom. Ook is er geen contact meer mogelijk met politie en andere posten. Men vermoedt dat de Duitsers de electriciteitscentrale hebben opgeblazen. Er is ook geen water meer. Rond een uur of zeven gaat Kruijssen de straat op. Het is weer mistig zoals gisteren. Men zegt dat de moffen de stad ontruimd hebben en dat de Tommies binnen het uur er kunnen zijn. De hele nacht zijn er tanks, paardevolk en voetgangers vlak langs de deur gelopen. We zullen maar afwachten.

 

Rond het middaguur, Kruijssen wil juist gaan eten, gaat het luchtalarm weer over. Een heel uur lang slaan de granaten in, rommelt het in de verte. Dan om half drie is het ergste voorbij, Wij eten onze koude hap op. Zo kan het nog wel drie weken duren. Het is toch niet te hopen. Dan om 3.00 uur, ik ben juist op straat, gaat 't praatje: de Tommies zijn er! Men zegt zoveel. Maar daar is 'n fietser met de eerste Engelse sigaret en dan geloof ik het. Het wordt steeds drukker op straat. Langzaamaan lopen de huizen leeg en we wachten, toch nog bang. Maar dan ga ik de stad in om te kijken. Bij de Zomerstraat kom ik twee moffen met 'n meid tegen, heel rustig tippelen ze de weg op. Dan bekruipt me weer het gevoel dat het niet waar is en er elk ogenblik weer 'n granaatregen kan vallen. "Van de weg af, er wordt geschoten!" De ondergrondse zit de twee achterna. We hollen naar de Markt, die al zwart ziet. Daar komen de eerste Tommies aan. Ze zijn er. Wij zijn vrij, vrij, vrij!!!

Frater Willibald kan het nog niet geloven, eindelijk vrij: Om 3.00 uur reden de Engelschen de stad binnen, 't volk was niet te houden, alles de straat op, den burgemeester Van de Mortel hadden ze meegebracht. Die heeft op het stadhuis wat gespeecht, de berichten komen binnen. 't Is niet te geloven. Ik ook de stad in, alles loopt uit, 'n geestdrift in de stad als nooit te voren. De menschen kropen op de tanks, overal oranje wat de klok sloeg.

Schraven die in de molen aan de Broekhovenseweg een granaataanval overleefd heeft, beleeft de bevrijding met gemengde gevoelens. Er blijkt dat er iemand met de witte vlag naar de  Tommies is geloopen om te zeggen dat de moffen weg zijn. Toen is het vuren opgehouden. Was dat maar eerder gebeurd. Volgens het journaal van de LBD waren A. Verhagen en A. Jongen samen met een witte vlag naar de geallieerden gelopen om te waarschuwen. Een officier - kennelijk iemand van de Prinses Irene Brigade -  zou verklaard hebben dat zonder die waarschuwing het bombardement nog wel een half uur langer geduurd zou hebben. Men had nu eenmaal gehoord dat de wijk vanaf de stadsrand tot op 1 km zou zijn geťvacueerd en deze woningen nu vol Duitschers zouden zitten.

Rond 15.00 uur zien Tilburgers de eerste Engelsen vanaf de Bosscheweg de Ringbaan-Oost op komen in de richting van de Enschotsestraat. Ook in Goirle worden de eerste Engelsen rond drie uur gesignaleerd. Het straatbeeld verandert in een oogwenk. Overal staan blij-pratende mensen. Plotseling klinkt gejuich. Gevechtswagens, tanks en ander rollend materiaal draait om de hoek van de Bergstraat het dorp in. Menigeen kan slechts met moeite de tranen bedwingen.

In Tilburg wordt zo hard gejuicht dat ze het bij de trappisten van koningshoeven kunnen horen. Dat de stad vrij is, merken ze trouwens ook aan de groepjes Engelse soldaten die tegen de avond bier komen halen onder leiding van een of andere kastelein als tijdelijk commandant.

 

Overgenomen uit onder andere de serie "De Tweede Wereldoorlog" uitgegeven door Lekturama en "Morgen zijn wij vrij" van Joep Eijkens en Paul Spapens.

 

 

Mijn eigen herinneringen aan de bevrijding.

 

Bij de bevrijding van Tilburg op 27 oktober 1944 was ik bijna zes jaar oud. Veel weet ik dus niet van de Duitse bezetting ik heb alleen nog herinneringen aan het laatste bezettingsjaar en aan de bevrijding zelf.

 

Tijdens de bevrijding hebben wij samen met het gezin van oom Bernard in de kelder bij opa en oma van Amelsfort in de Hoogtedwarsstraat geschuild. In de Jacob Roggeveenstraat hadden wij geen andere mogelijkheid dan met zijn allen onder de tafel te kruipen een niet zo'n veilige schuilplaats. Toen op 26 oktober de beschietingen steeds heviger werden vluchtten wij met ons gezin dan ook naar opa en oma. Ik kan mij dit nog als de dag van gisteren herinneren. Moeder pakte wat etenswaren bij elkaar en stopten die in een door een klep af te sluiten bergruimte aan de achterkant van een blauwe kinderwagen. In de kinderwagen lag mijn jongere broer Harrie, toen ongeveer twee en een half jaar oud, op een zak met aardappelen.

 

Ik zelf was  bijna zes jaar oud en zorgde onderweg dat mijn zusjes Joke, Coleta, Ria en Claartje maar zo dicht mogelijk tegen de huizen bleven lopen, telkens als er weer een granaat overvloog riep ik fanatiek dat ze dekking moesten zoeken. Bij oma en opa aangekomen moesten wij door een luik in de vloer van de keuken de kelder in.

 

Op de vloer waren matrassen en dekens gelegd waarop wij konden slapen het was wel aanschuiven met zijn allen. Opa, oom Bernard en mijn vader bleven boven om de zaak in de gaten te houden. In kan mij nog herinneren dat op het rooster van de kelderkoekoek met zand gevulde zakken lagen en hoor een buurman van opa nog roepen dat er een blindganger was gevallen in de straat schuin tegenover het huis van opa.

 

Toen op 27 oktober de bevrijding een feit was hoorden wij, net zoals Kruijssen,  iedereen roepen "wij zijn vrij" wij zijn vrij" en toen wij met zijn allen buiten kwamen lag er aan de overkant van de straat tegen de lederfabriek De Hinde inderdaad een berg zand over een niet ontplofte granaat. Boven op de berg zand stond een klein rood wit blauw vlaggetje. Nog de zelfde dag keerden wij terug naar de Jacob Roggeveenstraat, ons huis was gelukkig, op een paar ruiten na, niet beschadigd.

 

Nooit zal ik de dag vergeten dat de bevrijders de stad waren binnentrokken. Op 28 oktober 's morgens vroeg werd ik door moeder wakker gemaakt die zei Leo kom eens gauw kijken en met zijn tweeŽn uit het raam van de verdieping hangend keek ik neer op de straat die volstond met tanks en andere militaire voertuigen, het was een overweldigend gezicht. Ik heb mij vlug aangekleed en ben zonder te eten de straat op gegaan om alles vol bewondering in mij op te nemen. Al was het nog vroeg in de morgen iedereen liep al op straat en probeerden zo goed en zo kwaad het ging een praatje met de bevrijders te maken. Toen op zekere dag alle militaire voertuigen weer waren vertrokken vond ik buiten op straat een blikken doosje met daarin van die ijzeren plaatjes die tegen slijtage onder de hakken van schoenen werden gespijkerd.

 

Na de bevrijding werden overal Oranjefeesten gehouden, zo ook op het Columbuspleintje dat helemaal versierd was. Voor de kleintjes was er zaklopen, gevechten met varkensblazen "frutblazen" en peperkoekhappen. Voor de volwassenen was er een houten dansvloer gemaakt en de mannen konden door in een paal te klimmen proberen een grote ham te bemachtigen bovenin die paal.. Vooral het paalklimmen had mijn grote aandacht ten eerste vanwege die grote ham die daar hoog in die paal hing en ten tweede om de gekke capriolen die al die grote mannen uithaalden om in die paal te klimmen. Toen ik weer eens stond te kijken riep slager Jan van Roesel, die vanuit de winkelingang naar zijn ham stond te kijken, he Leo probeer jij het ook eens klim eens naar boven. Ik heb me toen laten opjutten en ben gaan klimmen. Hoger dan zo'n meter kon ik echter niet komen, bleek dat de paal helemaal was ingesmeerd met varkensvet. Ik denk dat de ham weer is teruggegaan naar de koelkast van slager van Roesel want zo kon natuurlijk niemand in die paal komen.

 

Tot zover in het kort de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en mijn eigen herinneringen aan 27 oktober 1944 de bevrijding van Tilburg.

 

 

Het wapenschild van de stoottroepen.

Op 2 oktober 1958 werd ik onder de wapenen geroepen bij de Stoottroepen in de Frederik Hendrik-kazerne te Venlo.

Gelukkig hebben wij nooit meer de verschrikkingen van een oorlog van dichtbij mee hoeven te maken. Ik heb daar een heel klein steentje aan mogen bijdragen.

 

 

 

 

hoofdpagina lsa

fotoalbum