De Tiendaagse veldtocht

 

 

 

 

Prins Willem de latere Koning Willem II te paard tijden de Tiendaagse Veldtocht

 
 

Op 10 maart 1810 had koning Lodewijk Napoleon Zeeland en het Benedenmoedijkse af moeten staan aan zijn machtige broer, de Franse keizer. Deze lijfde Brabant op 24 april 1810 in bij het Franse Rijk. De rest van Nederland zou nog hetzelfde jaar volgen. Toen de Fransen na het Russische dťb‚cle uiteindelijk het veld moesten ruimen werd in 1815 op het  Wener Congres, een vergadering van Europese vorsten en diplomaten onder leiding van Metternich, besloten tot de oprichting van een Verenigd Koninkrijk der Nederlanden bestaande uit de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden onder leiding van Willem Frederik van Oranje-Nassau, die op 23 maart 1815 de titel aannam van Koning der Nederlanden. Deze samensmelting van Noord en Zuid was door de Engelsen op het Wener Congres verdedigd om te voorkomen dat Frankrijk opnieuw zou post vatten in de lage landen aan de zee. Men had echter mis gerekend en onderschat dat het nieuwe koninkrijk uit te veel ongelijksoortige bestanddelen was samengesteld om zich tot een krachtig staatkundig geheel te ontwikkelen. De kiem tot grote onrust was dus reeds gelegd en zou spoedig tot een uitbarsting komen. De nieuwe grondwet was ook na enige kleine aanpassingen voor het zuiden te veel het werk van een verlicht despoot en er werd daarom een commissie benoemd met gelijke vertegenwoordiging uit beide delen, noord en zuid, om grondige wijzigingen aan te brengen. Maar terwijl deze gewijzigde grondwet in het noorden werd aangenomen werd zij in het zuiden verworpen. De regering verlangde echter aanneming en wist op slinkse wijze een minderheid tot een meerderheid te maken. De grondwet die daardoor als het ware opgedrongen werd vond voornamelijk in het zuiden veel afkeuring. Ook de geloofsopvattingen tussen het katholieke zuiden en het hervormde noorden aangestookt door de geestelijke leiders dreven beide landsdelen uit elkaar. Ook de spanningen in Frankrijk oefende op de Zuiderlijke Nederlanden haar invloed uit. Er ontstond in het zuiden een zeer rumoerige Frans gezinde partij die met de Parijse clubs enge betrekkingen onderhield en in werkelijkheid op revolutie aanstuurde. De gematigden die elk denkbeeld van opstand verwierpen, bleven nochthans de overhand behouden. Een onbelangrijk incident zou echter opeens een opstandige beweging uitlokken. Op 25 augustus 1830 gaf de opvoering van "La muette de Portici" te Brussel aanleiding tot een volksoploop, die het vooral gemunt had op de minister van Justitie en op de uitgevers van regeringsgezinde dagbladen, waarna zich weldra de volksbeweging over geheel het zuiden verspreidde. Niemand dacht nog aan een zelfstandig bestaan van het zuiden, men verlangde slechts opheffing der grieven, zodat uit verschillende steden deputaties naar de koning werden gezonden, die deze ten andere op bijna hartelijke wijze ontving en aanhoorde, en daardoor zelfs de opening van de Staten-Generaal op 13 september 1830 door de meeste zuidelijke afgevaardigden werd bijgewoond. Men zou er beraadslagen over een wijziging der grondwet, maar toen de onderhandelingen door tegenstand van de noordelijke afgevaardigden, en vooral van de koning,  schipbreuk leden, en de regering bovendien een aanzienlijke krijgsmacht naar Brussel liet oprukken, ontstond er een volledige scheuring. De gematigden die tot dan de leiding van de beweging in handen hadden werden verjaagd door de extremistisch gezinde en op 24 september 1830 werden de regeringsambtenaren afgezet en door een revolutionair comitť vervangen. Na een strijd van vier dagen in de straten van Brussel zag prins Frederik zich genoodzaakt, de stad te ontruimen, en na een vruchteloze poging vanwege de door de Belgen met sympathie omringden kroonprins, later koning Willem II, om op vreedzame wijze het zuiden voor zijn dynastie te behouden, werd op 4 october 1830 door een voorlopig bestuur de onafhankelijkheid van de zuidelijke gewesten afgekondigd. Zij riep tevens een vergadering bijeen om een regent te benoemen en een grondwet te ontwerpen. Hierdoor was de band, die beide delen der Nederlanden had verenigd, voorgoed verbroken. De koning nam daarop het besluit de vestingen Antwerpen, Maastricht en Venlo te bezetten en de beslissing van het Congres der Grote Mogendheden, te Londen vergaderend, af te wachten. Terwijl men het leger op voet van oorlog bracht, rukten Belgische volontaires Antwerpen binnen en toen daar door dronken Belgische vrijwilligers, schoten werden gelost was het verdrag met de commandant verbroken en werd de stad op diens last gebombardeerd. Op 10 november 1830 kwam de Belgische volksvertegenwoordiging bijeen. Spoedig werd het Voorlopig Bestuur van BelgiŽ, alsmede de onafhankelijkheid van het Belgische volk erkend en afgekondigd. De 22 november 1830 werd vastgesteld, dat de natie de constituerende monarchie onder een erfelijk opperhoofd en met een krachtige vertegenwoordiging als haar regeringsvorm zou aannemen . De 24 november 1830 werd het Huis van Oranje-Nassau voor eeuwig van alle macht en gezag in BelgiŽ vervallen verklaard. Inmiddels had koning Willem I zich tot de Grote Mogendheden, die de acte van het Congres te Wenen, waarbij het Koninkrijk der Nederlanden was opgericht, hadden ondertekend. Deze waren echter niet eensgezind, Oostenrijk, Pruisen en Rusland waren wel bereid in te grijpen, maar Frankrijk en Engeland slaagden erin het principe van "non-interventie" te doen triomferen. Op voorstel van Frankrijk en Engeland werd de Belgische Kwestie als een Europees vraagstuk beschouwd, dat door een internationale conferentie te regelen was. In november 1830 kwam de conferentie te Londen bijeen en verklaarde op 20 december dat het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden ontbonden was en op 27 januari 1831 bepaalde zij dat Holland het grondgebied zou behouden, dat in 1790 tot de Republiek der Verenigde Nederlanden behoorde, terwijl aan BelgiŽ het overige, met uitzondering van het groothertogdom Luxemburg, zou ten deel vallen. Binnen die grenzen werd door de vijf Grote Mogendheden aan BelgiŽ onschendbaarheid gewaarborgd. Het kabinet te 's-Gravenhage nam die bepalingen aan maar die te Brussel verwierp ze omdat ze omdat ze Luxemburg, Staats-Vlaanderen en Limburg niet wilde prijsgeven. Het Belgisch congres koos op 3 februari 1831 eerst de Hertog van Nemours tot koning, welke keuze door Lodewijk Philips van Frankrijk niet werd bekrachtigd. Op 4 juni 1831 koos het congres Leopold van Saksen-Coburg, die verwant was met het Engelse Koningshuis, tot koning. Hierdoor werd Engeland gunstig gestemd voor een wijziging der voorwaarden. Er werden derhalve door de Conferentie nieuwe grondslagen voor de scheiding, de bekende 18 artikelen, vastgesteld, waarin zowel met betrekking tot Luxemburg, als de verdeling van de schuldenlast voor BelgiŽ gunstiger bepalingen werden opgenomen. Het kabinet te 's-Granvenhage verwierp de 18 artikelen, omdat ze aanmerkelijk van de voorgaande bepalingen, die eerst onherroepelijk heetten te zijn, verschilden en in aanvang van augustus 1831 rukte een Noordnederlands leger onder aanvoering van de Prins van Oranje over de Belgische grenzen. De Tiendaagse Veldtocht van 2 tot en met 12 augustus 1831 nam een aanvang en de Belgen leden de nederlaag bij Hasselt en bij Leuven zodat ongetwijfeld ook Brussel genomen zou zijn zo de Nederlandse krijgsmacht niet genoodzaakt was geweest, voor een overmacht van Franse hulptroepen terug te trekken. De onderhandelingen begonnen opnieuw en openbaarde zich nu in de gunstiger bepalingen, die in de 24 artikelen van de Londense Conferentie werden voorgesteld. Daardoor werden de grenzen der beide delen aangewezen zoals ze tegenwoordig zijn. BelgiŽ nam de 24 artikelen aan maar koning Willem I wees ze van de hand, in de hoop dat zijn volharding of wellicht een Europese oorlog hem weder in zijn gezag over alle Nederlanden zou herstellen. Toen geen middelen hielpen om het kabinet in 's-Gravenhage tot inkeer te brengen, namen Engeland en Frankrijk, onder goedkeuring der overige Grote Mogendheden, maatregelen tot geweld. Zij blokkeerden de kust en legden een embargo op de schepen. Maarschalk Gťrard sloeg het beleg voor de citadel van Antwerpen, welke Chassť 19 dagen zeer heldhaftig verdedigde, doch zich tenslotte op 23 december 1832 moest overgeven. De Noordnederlandse troepen werden van de Belgische bodem verdreven en behielden alleen de forten Lilloo en Liefkenshoek, terwijl BelgiŽ daarentegen Luxemburg en Limburg bleef bezetten. In 1837 ontstond er een geschil over een bos nabij de bondsvesting Luxemburg gelegen. Het Nederlands bestuur handelde er mede als met zijn eigendom, maar BelgiŽ beschouwde dit als een schennis van de statis quo en toen het, gelijk ook Frankrijk, troepen daarheen zond, tekende de regering te 's-Gravenhage de 24 artikelen eerst voorlopig en vervolgens op 14 maart 1838 definitief. Nu verzette men zich vooral te Brussel tegen de ontruiming van Luxemburg en Limburg en de financiŽle regeling, en de bedreiging van Nederland en Frankrijk, om haar door geweld van wapens ten uitvoer te brengen, verwekte in BelgiŽ een strijdlustige stemming. De strijdbare bevolking werd opgeroepen en een Pool tot divisie-generaal benoemd. Toen echter de gezanten van Oostenrijk en Pruisen Brussel verlieten, kwam koning Leopold tot andere gedachten en nam de volksvertegenwoordiging met een kleine meerderheid het besluit, zich te houden aan de vroeger goedgekeurde overeenkomst. Daarop volgde op  19 april 1839 de ratificatie van het vredesgedrag, dat reeds op 4 februari te 's-Gravenhage was getekend. De overgave van het grondgebied had op 22 juni 1839 plaats en de liquidatie der vroeger verenigde delen kwam eerst op 19 october 1842 tot stand. Hierdoor kwam een lange periode van strijd en geweld tot een goed einde maar waarbij Noord Brabant de rekening werd gepresenteerd vanwege vernielingen en uitbuiting door de al die tijd op haar grondgebied gelegerde troepen. Johannes Baptist Embregts en Maria Aerts met hun gezin kregen eindelijk rust en konden nu in alle vrijheid aan hun eigen toekomst en die van hun kinderen gaan werken.

 

 

 

De Heuvel te Tilburg, het gebouw in het midden is de pastorie van  de parochie Heuvel te Tilburg. Tijdens de Tiendaagse Veldtocht in augustus 1831 deed de pastorie dienst als hoofdwacht van de in Tilburg gelegerde soldaten..De Kerk op de Heuvel, nu links van de pastorie, moest nog gebouwd worden. Op de afbeelding officieren en manschappen van de Dertiende Afdeling Infanterie van de in Tilburg gelegerde Jagers.

 

 

 

Koning Willem I

 

Koning Willem II

 

 

De Belgische koning Leopold I

 

 

 

 

Een door kapitein Gevers van Endegeest vervaardigde tekening van "De tent van de Oversten Boreel" in het legerkamp op de heide te Rijen ter hoogte van de Vijf Eiken tijdens de Tiendaagse Veldtocht.

 

 

 

 

hoofdpagina lsa