Status Animarum:

 

XIX-a1 - 1789-1836

Johannes Baptist Embregts en Maria Aerts

 

Zoon van: Wouterus Embrechts en Helena de Greef

Dochter van: Johannes Arnoldus Aerts en Adriana Adriaan Hessels

 

 


 

 

Biografie

 

Johannes Baptist Embregts XIX-a1, mijn betovergrootvader, wordt te Tilburg in het buurtschap Oerle geboren en op 2 februari 1789 gedoopt als eerste kind en zoon van Wouterus Embregts en Helena de Greeff. Zijn grootmoeder Joanna Maria van den Bergh zou hem ten doop dragen maar werd daarbij vervangen door Norberta Donders. Misschien was zij ziek of woonde zij niet in Tilburg waardoor ze niet tijdig ter plaatse kon zijn.

 

Inmiddels is uit nader onderzoek gebleken dat oma inderdaad ziek zal zijn geweest want op 12 maart 1789, kort na de geboorte van haar eerste kleinkind, is ze te Tilburg begraven.

 

Johannes Baptist krijgt in de jaren die volgen nog twee broers namelijk Antonius XIX-a2 en Wilhelmus XIX-a4 en een zuster genaamd Maria XIX-a3. Op 21 juni van het jaar 1802, als hij 13 jaar oud is, overlijd zijn moeder en blijft hij samen met zijn vader en broer Antonius achter. Zijn broer Wilhelmus en zus Maria waren reeds eerder overleden. Wat er hierna met Johannes Baptist gebeurd is nog niet erg duidelijk. Waarschijnlijk is zijn vader, na het overlijden van zijn vrouw, op zoek gegaan naar onderdak en verzorging voor zijn beide nog in leven zijnde kinderen en daarbij ook in Enschot terecht gekomen, zijn zoon Antonius is daar immers op 2 september 1803 begraven. Vader Wouterus Embregts is daarna vanuit Enschot naar zijn geboorteplaats Hulsel vertrokken waar hij kort daarop is overleden en op 12 april 1805  begraven. In het begraafboek van Hulsel staat opgetekend "Wouterus Embrechts laat kinderen na maar geen goederen"

 

Deze aantekening wijst op twee mogelijkheden namelijk zijn zoon Johannes Baptist was bij hem toen hij overleed, of hij was niet bij hem maar in Hulsel wist men dat Wouterus kinderen had.

 

Johannes Baptist wordt dus op zestien jarige leeftijd wees volkomen berooid zonder enige bezittingen en bovendien in zeer roerige tijden van Franse overheersing. Hoe wanhopig moet hij zich hebben gevoeld, vader en moeder maar ook broers en zus hij had ze allemaal zien sterven hoe groot was zijn verdriet en gemis aan geborgenheid. Had hij nog familie die hem opving en konden troosten of werd hij door het armenbestuur voor een geringe vergoeding en onderdak als het ware verkocht aan de hoogst biedende.

 

Vanaf zijn zestiende jaar tot aan zijn trouwdag in 1819 is Joannes Baptist spoorloos is er niets over hem bekend althans voor zover mijn onderzoek tot op dit moment gevorderd is. Misschien heeft zijn tijdelijke verdwijning wel te maken met de roerige jaren ten tijde van de Franse Revolutie en de daarop volgende bezetting door de Fransen van eerst de Zuidelijke Nederlanden en later ook van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Is hij in het leger geweest of trok hij als een soort mannelijke marketentster mee met de troepen van de oorlogvoerende partijen. In zijn latere trouwakte is immers vermeld dat hij kramer is.

 

Hij verschijnt pas veertien jaar later weer ten tonele als te Tilburg op 5 maart 1819 in zijn opdracht door Notaris Johan Adriaan van Meurs een partij maste planken openbaar worden verkocht. In de betreffende akte van verkopingen is vermeld dat hij op dat moment woonachtig is te Vosselaar in BelgiŽ.

 

Een maand later wordt op zondag 4 april 1819 ten raadhuize van Moergestel bekent gemaakt dat er trouwbelofte bestaat tussen Johannes Baptist Embregts en Maria Aerts een dochter van Jan Arnoldus Aerts en Adriana Hessels. Maria is gedoopt te Hilvarenbeek op 21 december 1792.

Op 15 april 1819 vindt in het gemeentehuis van Moergestel de voltrekking van het burgerlijk huwelijk plaats.

In de trouwakte nummer 6 is vermeld dat Johannes Baptist 30 jaar is en van beroep koopman geboren en wonende te Tilburg, Maria Aerts is dan 26 jaar en particuliere geboren te Hilvarenbeek en aldaar gedoopt op 21 december 1792 als dochter van Jan Arnoldus Aerts en Adriana Adriaan Hessels. Haar ouders waren van religie Nederlands gereformeerd en te Hilvarenbeek in ondertrouw gegaan op 10-02-1775 en voor de kerk getrouwd op 26-02-1775. Getuigen bij dit huwelijk waren Cornelis van Heusden en Jan Jacob van Heusden.

 

Johannes Baptist Embregts geeft in zijn trouwakte als woonplaats Tilburg op maar komt in de lijsten van volkstellingen en het bevolkingsregister aldaar niet voor. Kort voor zijn trouwen zegt hij in een notariŽle verkoopakte woonachtig te zijn in Vosselaar, vermoedelijk had hij als koopman geen vaste verblijfplaats maar leidde hij een min of meer zwervend bestaan. In de geboorteakten van zijn kinderen zegt hij namelijk van beroep kramer te zijn.

 

Zijn echtgenote Maria Aerts zegt in de trouwakte particuliere te zijn wat betekent zonder beroep en levend van eigen financiŽle middelen die zij waarschijnlijk uit een nalatenschap verworven zal hebben, zij was woonachtig te Moergestel.

De vier getuigen die in die tijd bij een huwelijksvoltrekking vereist waren, waren geen bloedverwanten en woonden alle vier te Moergestel. Johannes Baptist had blijkbaar in Tilburg weinig of geen familie, vrienden of goede kennissen die hij als zijn getuigen had kunnen vragen, het is dan ook aannemelijk dat hij meer in Moergestel verbleef dan in Tilburg.

 

Na hun huwelijk te Moergestel verdwijnen Joannes Baptist en Maria opnieuw in het niets. Acht jaar later, op 1 december 1827 is er echter een blijvend teken van leven als hij op maandag 3 december 1827 te Enschot aangifte doet dat op zaterdag 1 december 1827 ten zijne huize te Enschot is geboren zijn zoon Johannes Cornelius XX-a1. Volgens het archief "vertrokken personen" van het Gemeentebestuur van Tilburg was Jan Baptist Embregts op 21-01-1826 vanuit Tilburg naar Enschot vertrokken.

 

Wat opvalt is dat Johannes Baptist en Maria bij de geboorte van Johannes Cornelius al ruim acht jaar getrouwd zijn en dat ze inmiddels in de gemeente Enschot wonen. Johannes Baptist zegt bij de aangifte dat hij kramer is terwijl in een koopakte van een huis dat hij later in Tilburg zal kopen hij zegt kramer met een pak te zijn. Hij was dus ongetwijfeld een marskramer die met zijn koopwaar te voet door Brabants dreven trok.

Om voldoende waren aan de man te brengen moest hij natuurlijk zoveel mogelijk mensen bereiken waarvoor hij markten en boerderijen zal hebben bezocht en lange tochten in de meierij hebben gemaakt. Hierdoor zal hij lange perioden van huis zijn geweest om de grote afstanden op zijn tochten te kunnen overbruggen. Bleef Maria zijn vrouw dan thuis op hem wachten, misschien vergezelde zij haar man wel op zijn tochten.

Op 5 juni 1832 wordt te Tilburg in de wijk Veldhoven nummer 998 hun tweede kind en dochter Johanna XX-a2 geboren en op het Goirke ten doop gedragen door Joanna Maria Robben. Johannes en Maria waren inmiddels van Enschot verhuisd naar Tilburg waar ze op genoemd adres een winkel hadden, Johannes geeft immers bij de aangifte op winkelier te zijn. Het gaat ze financieel blijkbaar redelijk goed want in 1833 kopen ze in het Groeseind van Maria Anna Mutsaerts voor vijftig gulden een halfhuis met erf en tuin.

Het huis heeft gestaan ter plaatse van de huidige Wichmansstraat, het is tot 1924 in het bezit van de familie gebleven en is daarna afgebroken.

 

Nu Johannes zich met zijn gezin op een vaste plaats in Tilburg gevestigd had zal hij wat minder met zijn koopwaar op pad zijn gegaan, ze hadden nu immers ook de winkel als bron van inkomsten.

 

Op dinsdag 23 maart 1835 geeft Johannes Baptist begeleidt door zijn buren Cornelis Comans en Cornelis van Hest op het stadhuis van Tilburg aan dat op zaterdag 21 maart 1835 ten zijne huize Veldhoven nummer 1039 zijn zoon Arnoldus XX-a3 is geboren. Arnoldus wordt op het Goirke ten doop gedragen door Joanna Maria van Huijkelom een nicht van Arnoldus en de dochter van Adriana Aerts een zus van zijn moeder Maria Aerts.

 

Uit beide zonen zullen de twee familietakken van de Embregtsen ontstaan die ook nu nog wel worden genoemd;

 

  "de tak van den wever Johannes Cornelius en

 de tak van den aannemer Arnoldus"

 

Na jaren van kommer en kwel kregen Johannes Baptist en zijn gezin het eindelijk wat beter. De Belgische afscheiding was definitief en Noord-Brabant behoorde voorgoed tot het Koninkrijk der Nederlanden. Met een beetje geluk en wat minder militaire druk waren wij misschien wel Belgen gebleven want dat waren we tot dan immers altijd geweest als bewoners van het oude Hertogdom Brabant.

 

In de eerste jaren na de afscheiding was het overal in de grensstreek nog onrustig door rondzwervende militairen en daklozen maar toch de opbouw van het land dus ook van Brabant kon nu goed beginnen.

Voor Johannes Baptist was het echter te laat hij moest al vroeg de tol betalen voor alle ontberingen die hij in vroeger jaren had moeten doorstaan. Op dinsdag 21 mei 1836 des namiddags om vijf uur overleed Johannes Baptist op 47-jarige leeftijd in zijn woning op de Veldhoven nummer 1038. Hij liet zijn vrouw Maria achter met drie kleine kinderen te weten Johannes Cornelius oud 8Ĺ jaar, Johanna oud 4 jaar en Arnoldus oud 1 jaar.

De strijd om het bestaan ging verder nu echter stond Maria er alleen voor. Gelukkig was er de winkel die voor wat inkomsten zal hebben gezorgd. Veel zal dat echter niet zijn geweest want uit het bevolkingsregister blijkt dat Maria kort na het overlijden van haar man daarnaast het beroep van wolspinster uitoefende.

Zoals zovelen in het Tilburgse zal ook mijn bedovergrootmoeder een getouw in de bijkamer hebben gehad en gewerkt hebben in opdracht van een commissionair.

 

Tot het moment dat de kinderen volwassen zijn en het huis uitgaan om te trouwen is er niet zoveel bekend over hun leven en belevenissen. Toen Johannes Cornelius 12 jaar was veranderde het huisnummer van hun woning in Veldhoven 1562.

Mijn bedovergrootouders Johannes Baptist Embregts en Maria Aerts leefden in een bijzonder moeilijke tijd en hebben zeker geen prettig en aangenaam leven gehad. Wij kunnen rustig stellen dat de tijd hun niet erg gunstig gezind was met de Franse Revolutie en Napoleontische oorlogen, ziekten en onderdrukking, plundering, geweld en sociale uitbuiting waren hun deel. Zij zullen zeker hun goede tijden hebben gehad hun leuke momenten hebben gekoesterd maar toch het heeft alles bij elkaar niet lang geduurd naar onze begrippen te kort.

 

Pas in 1866 elf jaar na het overlijden van hun moeder passeert te Tilburg voor notaris Adrianus Johannes Verschure een akte van scheiding en verdeeling der nalatenschappen van Johannes Baptist Embregts en Maria Aerts met een totale waarde van twaalfhonderdenzestig gulden waarbij inbegrepen aan contant een bedrag van tweehonderd gulden. De kinderen hebben de nalatenschap in drie parten verdeeld elk met een waarde van vierhonderdentwintig gulden. Johannes Cornelius ontvangt het huis met erf en tuin ter waarde van driehonderdenzestig gulden alsmede zestig gulden contant geld. Josephus Loomans, gehuwd met Johanna, ontvangt een deel van de inboedel ter waarde van vierhonderdentwintig gulden.

Arnoldus ontvangt een deel van de inboedel ter waarde van tweehonderdtachtig gulden en honderdveertig gulden aan contant geld. Was deze nalatenschap groot zal men willen weten. Wel omdat te kunnen beoordelen moeten we laten meetellen dat er in die tijd geen sociale voorzieningen waren men moest dus geld opzij leggen voor onder andere kosten bij ziekte en voor de oude dag. Een gemiddeld jaarloon bedroeg in die tijd twee- tot driehonderd gulden dus de nalatenschap van Johannes Baptist was niet al te groot met het aanwezige contante geld kon je een jaar zuinig leven en dan was alles op. Al met al een slechte oudedagsvoorziening.

 

 

BEVOLKINGSREGISTER TILBURG

 

Registratie vertrokken personen 1811-1860, archief Schepenbank, inventarisnummer 0014

Op 21-01-1826 vertrekken Johannes Baptist Embregts en Maria Aerts vanuit Tilburg naar Enschot

 

Volkstelling van 1840, fiche 35, registratie 2/435

Wijk Veldhoven, huisnummer 1562

Arnoldus Embrechts, geboren Tilburg, oud 4 jaar

Johannes Cornelis Embrechts, geboren Enschot, oud 12 jaar

Johanna Embrechts, geboren Tilburg, oud 7 jaar

Maria Aerts, geboren Hilvarenbeek, oud 46 jaar, weduwe

 

 

Volkstelling 1849, fiche 83, registratie 12/133

Wijk Veldhoven, huisnummer 1562

Maria Aerts woont met haar kinderen Johannes Cornelius en Johanna op dit adres.

Haar zoon Arnoldus was intussen uit het ouderlijk huis vertrokken en woonde bij Peter Paulussen in wijk J nummer 32 (9/31), waaraan hij niet verwant was maar vermoedelijk als leerling timmerman in dienst en in de kost was.. Op 10 december 1855 overlijd Maria Aerts in dit huis, dat ze in 1833 hadden gekocht maar inmiddels een ander huisnummer had gekregen.

 

 

 

hoofdpagina lsa

persoonlijke biografie

documenten

bezittingen

rechtspraak

fotoalbum

in memoriam

gezinsblad